Verfspuitmethoden
1.0 Algemeen
Het productenassortiment kan men de meeste spuitapparatuur verwerkt worden. Daarnaast kunnen een aantal producten
met de rol worden aangebracht. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de meest gebruikte spuitapparatuur. Bovendien volgt een korte omschrijving van het basisprincipe de werking van de apparatuur is
gebaseerd.
De volgende applicatietechnieken komen aan de orde:
1.1 Pneumatisch spuiten (luchtspuiten)
1.2 Airless spuiten
1.3 Airmix spuiten
1.4 Warm spuiten
1.5 Elektrostatisch spuiten
1.6 Twee-componentenspuiten
1.7 HVLP
1.8 Kwast en rol
Diverse spuitmethoden
1.1 Pneumatisch spuiten (luchtspuiten)
Deze methode om verf te verwerken bestaat al heel lang en het basisprincipe is betrekkelijk eenvoudig. De
technische werking van apparatuur verbetert zich steeds meer, maar de werking blijft hetzelfde Pneumatisch spuiten ofwel luchtspuiten berust op een injectie van verf in een sterke luchtstroom. Het spuitpistool
met een boven of onderbeker leent zich vooral voor het kleinere werk en/of voor spuitwerk met veel kleurwisselingen. Met het onder beker-pistool, dat een grotere inhoud heeft, kan langer doorgewerkt worden
zonder bijvullen. Voor grote oppervlakken kan gebruik gemaakt worden van een pistool met drukvoeding van een los verfreservoir met een inhoud van 2 tot 300 liter.
Om een goed resultaat te verkrijgen met deze spuittechniek is het van belang dat de verf op de juiste viscositeit
gebracht door een zgn. DIN cup beker.Het verfverlies door overspray van deze methode is groot. Het merendeel van de producten van Fortis Coatings kan via deze methode verwerkt worden. Op elk
productdocumentatieblad onder het hoofdstuk applicatiegegevens staat een richtlijn voor viscositeit van de verf aangegeven. Er kunnen via deze spuitmethode geen hoge laagdikten in één arbeidsgang gerealiseerd
worden.
1.2 Airless spuiten
Wanneer met een grotere productie wenst en dikke verflagen in één arbeidsgang wil verwerken is airless spuiten
ontwikkeld. Bij dit luchtloos spuiten vernevelt de verf zich, doordat ze onder hoge druk (150-250 bar) door de spuitopening wordt geperst.
Een groot deel van het productassortiment kan via deze spuitmethode verwerkt worden. Op elk productblad onder het
hoofdstuk applicatiegegevens staat vermeld op welke viscositeit de verf afgesteld moet worden voor airless verwerking. Polyurethaanlakken kunnen airless verwerkt worden, echter hier moet wel enige
voorzichtigheid mee betracht worden voor de verflaagdikte. Indien een te hoge verflaagdikte in één arbeidsgang aangebracht wordt resulteert dit in blaasvorming (luchtinsluiting) en schuimvorming en het
enigszins mat slaan van de verflaag. Hierdoor loopt de glans van de verflaag terug.
1.3 Airmix spuiten
Airmix spuiten is in principe hetzelfde als airless spuiten. Het enige verschil is dat bij deze
applicatietechniek ook perslucht wordt gebruikt. Deze techniek noemt men ook wel luchtondersteund spuiten.
Bij deze methode brengt een airless verfpomp de verf onder een druk van circa 50 bar. Bij de applicatie komt daar
nog 1-1,5 bar perslucht bij om een beter spuitpatroon te krijgen. De verwerkingsgegevens van deze spuitmethode staan eveneens vermeld op het productdocumentatieblad. De verflaagdikte in één arbeidsgang is via
deze methode geringer dan bij airless spuiten. Via deze applicatiemethode kunnen polyurethaanlakken beter verwerkt worden om tot een optimaal resultaat te komen.
1.4 Warmspuiten
Warmspuiten is toepasbaar in combinatie met airless en airmix spuiten. Deze techniek is vooral te gebruiken bij
taaiere verfproducten en producten die als eindresultaat een bepaalde laagdikte moeten hebben. Bij deze methode wordt de verf verwarmd tot 70 graden om zodoende een goede verwerkingsviscositeit te krijgen.
Hierdoor is het niet noodzakelijk de verf te verdunnen. Het verwarmen gebeurt in een verfverwarming (hot airless) die is gekoppeld aan de airless- of airmixapparatuur.
1.5 Elektrostatisch spuiten
Deze spuitmethode is gebaseerd op het principe dat deeltjes met ongelijknamige lading elkaar aantrekken. De
pneumatisch- of airless vernevelde verf wordt door middel van een elektrode negatief geladen en vervolgens op een positief geaard voorwerp gespoten. De door het oppervlak aangetrokken, verfdeeltjes zetten zich
ook aan de achterkant van het voorwerp af, waardoor vooral bij open werk veel minder verlies optreedt. Bovendien hoeven sommige ongunstig gevormde voorwerpen (buizen, draadwerk) maar van één zijde te
worden bespoten.
1.6 Twee-componentenspuiten
Door de ontwikkeling van oplosmiddelarme en oplosmiddelvrije producten, die dikwijls in twee componenten worden
geleverd, verbreidt deze applicatiemethode zich snel. Basislak en verharder worden via gescheiden leidingen in de juiste verhouding aangevoerd en in het pistool gemengd. De verwerking gebeurt pneumatisch of
airless, eventueel met verwarming.
1.7 HVLP
HVLP-spuiten (High Volume, Low Pressure) wordt in de schilders- en afwerkingsbedrijven al langere tijd toegepast.
Bij het verspuiten met HVLP-pistool wordt de verf minder verneveld dan bij het spuiten met een luchtpistool. Door het luchtvolume zijn de verfdeeltjes in de verfstraal groter en er komt meer verf op het object.
De HVLP-spuitmethode geeft niet hetzelfde eindresultaat als het persluchtspuiten. De minder fijne verneveling van het verfmateriaal valt echter bij het spuiten van pleisterwerk niet op. Ook bij het gebruik van
zijdeglans- of matlakken is de grovere verneveling niet nadelig.
1.8 Kwast en rol
Verf verwerken met de kwast is een bekende methode voor iedereen. Het is een arbeidsintensieve wijze om verf aan
te brengen. Bij het aanbrengen van verf met verfrollers kunnen op een snellere manier verflagen worden aangebracht. Deze methode is vooral geschikt voor het behandelen van groter en vlakke oppervlakken. Met een
roller dient men er rekening mee te houden dat voldoende verflaagdikte aangebracht wordt. Om een goed resultaat te bereiken dient een speciale verdunning gebruikt te worden.
2.0 Materiaalgebruik
Voor een juiste berekening van het te verwachten materiaalverbruik bij spuitapplicatie, dient rekening gehouden
te worden met een zeker materiaalverlies. In onderstaande tabel vindt u gegevens over verliespercentage bij verschillende spuitmethoden, die als vuistregels zijn te beschouwen.
Verfverliezen bij diverse applicatiemethoden
|
Applicatiemethode
|
Aanbrengverlies
|
Viscositeit Din-cup 4 mm
|
|
Kwasten en rollen
|
4-6%
|
80-120
|
|
Pneumatisch spuiten
(luchtspuiten)
|
30-40%
|
18-35
|
|
Airless-spuiten
|
20-40
|
30-60
|
|
Elektrostatisch spuiten
|
10-20
|
18-30
|
|
Airmix spuiten
|
20-40
|
30-60
|
|
Twee-componenten spuiten
|
10-20
|
10-30*
|
|
HVLP spuiten
|
5-10
|
20-35
|
|
*Deze viscositeit wordt bereikt door verhoging van de temperatuur van de verf
In sommige gevallen kan het aanbrengen nog veel hoger zijn door bij het spuiten van open
werk. Bijvoorbeeld balkonhekken.
Alle gegevens die noodzakelijk zijn om tot een goede applicatie te komen staan vermeld
op het productdocumentatieblad onder het hoofdstuk applicatiegegevens. De gegevens zijn slechts richtlijnen. Bij verwerking van lak spelen temperatuur, luchtvochtigheid en
omstandigheden waaronder gewerkt wordt een belangrijke rol speelt eveneens een juiste spuitopening en spuithoek. Op elk productblad staat de spuitopening vermeld.
3.0 Verftypen
3.1 Algemeen
Een van de meest effectieve manieren om metalen te beschermen tegen klimaatsinvloeden
is het toepassen van een verfssysteem. Voor deze toepassing kunnen verschillende verftypes toegepast worden. Om tot een goede keuze tussen verschillende verftypes te
komen, is het noodzakelijk enig inzicht in de eigenschappen van de verschillende verftypes te verkrijgen. Er zijn een groot aantal verschillende soorten verven. Slechts de meest
belangrijke typen worden omschreven.
De verven zijn ingedeeld naar het type bindmiddel, omdat dit voor een zeer groot gedeelte
de eigenschappen van een verf bepaald.
3.1.1 Alkydharsverven
Deze verven worden vaak aangeduid als synthetische verven of alkydverven. Het zijn de
meest toegepaste verven die uitharden door opname van zuurstof. Men kan stellen, dat alkydharsverven vrijwel overal worden toegepast.Dit komt mede door het gegeven, dat het
een veelzijdige groep verven is. Deze verven worden toegepast als huisschilderverven, constructieverven en scheepslakken.
In het algemeen hebben alkydharsverven de volgende eigenschappen:
- duurzaam
- goede vloei
- snelle droging
- goed glansbehoud
- goede elasticiteit
- redelijke corrosiewering
3.1.2 Moffellakken
Dit is een groep lakken, welke bij verhoogde temperatuur versneld worden uitgehard. De
meeste moffellakken bestaan uit een melaminehars met een alkyd- of polyesterhars. Deze produkten zijn zeer geschikt om te worden toegepast bij industriële massaproductie. Deze
verven zijn over het algemeen hard en slijtvast.
De combinatie van alkyd/polyester hars en melaminehars heeft de volgende eigenschappen:
- krasvast
- duurzaam
- goede hardheid
- bestand tegen water
- bestand tegen chemicaliën
3.1.3 Acrylaatharslakken
Een oplossing van een acrylaathars kan uitstekend dienst doen als fysisch drogend
bindmiddel. Na verdamping van het oplosmiddel blijft een verffilm over. Een belangrijk voordeel van deze zogenaamde thermoplastische acrylaatharsen is, dat deze bij
kamertemperatuur snel drogen. Dit maakt dezeprodukten geschikt voor toepassingen, waar temperatuurverhoging niet mogelijk is maar toch een snelle droging gewenstis. Deze
produkten worden onder andere toegepast als autoreparatielak en betonverf.
Luchtdrogende acrylaatlakken zijn:
- lichtecht
- buitenduurzaam
- goed hechtend op metalen
3.1.4 Chloorrubberverven
Chloorrubberverven worden vooral toegepast op plaatsen, waarbij de bestandheid tegen
chemicaliën van belang is. Deze verven worden veelvuldig toegepast in de scheepsbouw, zowel boven als onder water, hoogspanningsmasten en op bruggen.
Chloorrubberverven hebben de volgende eigenschappen:
- · watervast
- · bestand tegen chemicaliën
- · eenvoudig te verwerken
- · één componentenverf
- · elastische verffilm
3.1.5 Vinylverven
Vinylverven zijn eveneens verven met een goede weerstand tegen chemicaliën. Het zijn
fysisch drogende produkten die geschikt zijn als één laagsysteem.
Vinylverven hebben de volgende eigenschappen:
- slijtvast
- watervast
- goed hechtend op metalen
- goed bestand tegen chemicaliën
Een specifieke vinylverf is een product op basis van polyvinylbutyral. Deze verf hecht zich
uitstekend op allerlei ondergronden en wordt om die reden ook toegepast in lijmen. Deze produkten zijn bekend door de toepassing in zogenaamde washprimers.
3.1.6 Twee componenten epoxyverven
Twee componentenverven zijn produkten, welke kort voor gebruik met een harder moeten
worden gemengd. Na deze menging is de verf nog een bepaalde tijd te verwerken (potlife). Epoxyharsen kunnen met verschillende harders reageren. Het type harder is van invloed
op de uiteindelijke eigenschappen van de epoxyverf. In het algemeen leveren deze verven produkten op, waarvan de verffilms uitstekende eigenschappen bezitten.
Epoxyverven hebben de volgende eigenschappen:
- · hard
- · goed hechtend op metalen
- · zeer goed bestand tegen chemicaliën
- · zeer goed bestand tegen water
Een nadeel van epoxyverven is het afpoederen na enige tijd (verkrijten) van de coating bij
buitentoepassing.Dit wordt o.a. veroorzaakt door de afbraak van het polymeer onder invloed van het zonlicht. Epoxyverven zijn daarom het meest geschikt voor grondlagen of in eindlagen i.c.m. ijzerglimmer.
3.1.7 Polyurethanlakken
Polyurethanlakken zijn tweecomponenten produkten, welke kort voor gebruik met een
harder worden gemengd. Er zijn twee belangrijke typen polyurethanen, de alifatisch en een aromatisch polyurethanlakken. Het belangrijkste verschil tussen deze twee typen zijn,
het aromatisch type vergeelt in tegenstelling tot het alifatische type deze vergeelt niet.
Naast de twee componenten polyurethanlakken zijn er ook één-componenten typen. De
zgn. vochthardende polyurethaanlakken Deze lakken gebruiken vocht voor de uitharding. Er zijn vele mogelijkheden om een polyurethanlak te maken. Hierdoor zijn veel soorten op de
markt, die onderling sterk in eigenschappen kunnen verschillen.
Belangrijke eigenschappen van deze lakken zijn:
- · uitstekende buitenduurzaamheid
- · hard en slijtvast
- · goede chemicaliënbestendigheid
- · goed glansbehoud
- · goed kleurbehoud
- · hechtend op de meeste twee componenten primers.
|