4.VERWERKINGSOMSTANDIGHEDEN EN RENDEMENT 

    Theoretisch rendement

    Onder theoretisch rendement wordt verstaan het aantal m², dat met een liter verf kan worden behandeld. De daarbij behorende natte laagdikte, is de laagdikte die in de praktijk via de meest gebruikte applicatiemethode wordt gerealiseerd. Met behulp van het volume percentage vaste stof is dan ook de droge laagdikte te berekenen.

    Het theoretisch rendement, uitgedrukt in m²/l kan als volgt worden berekend: 

    Theoretisch rendement in m²/l = volume percentage vaste stof   x 10
                                                        Droge laagdikte in micrometer  

    Enkele getallen worden in de volgende tabel aangegeven: 

    Theoretisch rendement in m /l

Dikte droge laagdikte in micromete r

Volume percentage vaste stof

 

25

30

35

40

45

50

70

100

25

10.0

12.0

14.0

16.0

18.0

20.0

28.0

40.0

30

8.3

10.0

11.7

13.3

15.0

16.7

23.3

33.3

50

5.0

6.0

7.0

8.0

9.0

10.0

14.0

20.0

60

4.2

5.0

5.8

6.7

7.5

8.3

11.7

16.6

80

3.1

3.8

4.4

5.0

5.6

6.2

8.75

12.5

100

2.5

3.0

3.5

4.0

4.5

5.0

7.0

10.0

125

2.0

2.4

2.8

3.2

3.6

4.0

5.6

8.0

150

1.7

2.0

2.3

2.7

3.0

3.3

4.7

6.7

    Als er, zoals bij spuiten, extra verdunning wordt toegevoegd daalt het vaste stofgehalte van de gebruiksklare verf. Het volume percentage vaste stof kan dan als volgt worden berekend: 

    Volume percentage vaste stof verdunde verf = 

    Volume onverdunde verf(l) x volume percentage vaste stof
    Volume onverdunde verf(l) + volume verdunning(l)  

    Praktisch rendement

    In de praktijk beïnvloeden de volgende factoren het werkelijke rendement: 

    • ·     Oppervlakte ruwheid ondergrond
    • ·     Zuiging van de ondergrond
    • ·     Applicatieverlies

    Het verlies hangt van veel factoren af, zoals vakmanschap en ervaring met de verf, applicatiemethode, grootte en vorm van het object, aard van de ondergrond, aangebrachte laagdikte en omstandigheden tijdnes applicatie. Daarom kan geen algemeen bruikbaar praktisch rendement worden opgegeven. Het is niet aan te bevelen de verf zoveel mogelijk uit te strijken, beter is het ervoor te zorgen dat de gewenste laagdikte wordt gehaald.

    Het praktisch rendement wordt berekend door het theoretisch rendement te vermenigvuldigen met een factor, dat afhangt van de ruwheid van de ondergrond en de applicatiemethoden. Zie tabel applicatiemethoden paragraaf 2 Materiaalverbruik. 

    Verwerkingsomstandigheden

    Meestal wordt hieronder verstaan: 

    • ·     Temperatuur van de omgevingslucht
    • ·     Temperatuur van de ondergrond en de verf
    • ·     De relatieve luchtvochtigheid van de lucht 

    Ook het nat of vochtig zijn van de ondergrond beinvloedt het schilderwerk. Een term die te pas en te onpas wordt gebruikt, is het dauwpunt. Wat is het dauwpunt en wat heeft dit te maken met schilderwerk?Hiervoor moet eerst het begrip relatieve vochtigheid (RV) worden verklaard.Alle lucht bevat waterdamp. Waterdamp is onzichtbaar. Warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht. Het maximale waterdampgehalte van lucht bij verschillende temperaturen is aangegeven in onderstaande tabel. 

Temperatuur

ºC

Maximaal

waterdampgehalte

g/m³

0

4,8

5

6,8

10

9,5

15

12,8

20

17,3

25

23,0

30

30,4

35

39,6

40

51,1

45

65,0

 

    Meestal bevat de lucht minder dan de maximale hoeveelheid waterdamp. De relatieve vochtigheid ligt dan onder de 100%. De officiële definitie van RV is: 

    De hoeveelheid waterdamp die lucht bij een bepaalde temperatuur bevat, gedeeld door de maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht bij dezelfde temperatuur kan bevatten”. Om er procenten van te maken wordt de uitkomst vermenigvuldigd met honderd. 

    Voorbeeld: 

    Luchttemperatuur 20ºC. De lucht bevat 12 g waterdamp per m³. Wat is de RV?

    Lucht van 20ºC kan maximaal 17,3 g waterdamp bevatten dus is de RV: 

    RV = 12   x100 = 69%
            17,3 

    Dauwpunt 

    Brengen wij in lucht een koud voorwerp, bijvoorbeeld een glas water met ijsblokjes, dan condenseert daarop de waterdamp uit de lucht. Hetzelfde verschijnsel treedt in de winter op bij koude ruiten. De oppervlaktetemperatuur waarbij de waterdamp net condenseert heet het dauwpunt. Hoe hoger de RV van de lucht, hoe dichter het dauwpunt bij de luchttemperatuur ligt. De relatie tussen luchttemperatuur, RV en dauwpunt wordt aangegeven in de volgende tabel. 

Luchttemp.

in ºC

Dauwpunt in ºC bij een RV van:

 

50

55

60

65

70

75

80

85

90

5

-4,1

-2,9

-1,8

-0,9

0,0

0,9

1,8

2,7

3,6

10

0,1

1,3

2,6

3,7

4,7

5,7

6,0

8,4

8,4

15

4,7

6,1

7,3

8,5

9,5

10,6

11,5

12,5

13,4

20

9,3

10,7

12,0

13,3

14,4

15,4

16,4

17,4

18,3

25

13,8

15,3

16,7

17,9

19,1

20,3

21,3

22,3

23,2

30

18,4

20,0

21,4

22,7

23,9

25,1

26,2

27,2

28,2

    De waarde van het dauwpunt van elke combinatie van temperatuur en RV kan dus worden ontleend aan de tabel. Voor de meest voorkomende combinaties van temperatuur en RV zijn de waarden in tabelvorm gezet.In het algemeen moeten verven op een droge ondergrond worden aangebracht, waarvan de temperatuur drie graden boven het dauwpunt ligt. Dit met name ook omdat voor het verdampen van oplosmiddelen uit de verf de ondergrond nog verder afkoelt. Enkele uitzonderingen zijn de vochthardende polyurethanen, en speciale alkyd en epoxy coatings.

    Ook na het schilderen moet men rekening houden met de kans op vochtinslag in de nog natte verf. Het is daarom gevaarlijk om bij heldere hemel en hoge RV laat in de middag te schilderen. Veiligheidshalve moet de ondergrondtemperatuur tenminste 3ºC boven het dauwpunt liggen. Bij een relatieve vochtigheid van 85% is de laagst acceptable ondergrond temperatuur gelijk aan de temperatuur van de omgeving.

    Om deze reden mag buitenschilderwerk slechts uitgevoerd worden bij een relatieve vochtigheid van maximaal 85%. Bij een relatieve vochtigheid van 90% is het verschil tussen staaltemperatuur en dauwpunt slechts 2ºC, hetgeen betekent dat de veiligheidsmarge tussen dauwpint en omgevingstemperatuur erg gering is. Deze kan vergroot worden door de staaltemperatuur met 1ºC te verhogen.