1. Voorbehandeling
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de meest
voorkomende voorbehandelingsmethoden. Voordat deze onderwerpen besproken worden willen wij eerst iets vertellen over het ontstaan van corrosie en het voorkomen ervan.
1 Corrosie
Staal wordt veelvuldig toegepast omdat het sterk en gemakkelijk te verwerken is. Een nadeel van dit metaal is,
dat het corrodeert (roest). Staal bestaat voor het grootste gedeelte uit ijzer. Het bevat naast kleine hoeveelheden koolstof, silicium, mangaan, aluminium nikkel, chroom, koper, molybdeen en vanadium. De
samenstelling is afhankelijk van de toepassing van het metaal. Ook de corrosievastheid is grotendeels afhankelijk van de samenstelling van het staal.
Bij de productie van stalen delen wordt uitgegaan van blokken, die op een hoge temperatuur worden uitgewalst.
Gedurende het afkoelen oxideert het metaaloppervlak, waarbij de zogenaamde walshuid ontstaat. Indien men platen met walshuid heeft, dan wordt eerst de walshuid in een beitsbad verwijderd, waarna de plaat bij
kamertemperatuur wordt uitgewalst tot de gewenste dikte. Nadat deze platen een warmtebehandeling in een zuurstofvrijeruimte hebben ondergaan, worden zij voorzien van een dun laagje olie.
Zoals bovenomschreven reageert staal bij hoge temperatuur redelijk snel met zuurstof.
Bij temperaturen beneden 400ºC verloopt de reactie tussen staal en zuurstof zeer langzaam. Dat staal bij
kamertemperatuur betrekkelijk snel corrodeert, berust dan ook op chemische reacties, waarbij water is betrokken.
Corrosie is dus een ongewenste electrochemische of chemische aantasting van een metaal, uitgaande van het
oppervlak en kan op veel verschillende manieren worden bestreden. Eén van de meest toegepaste methoden is het gebruik van geschikte verfsystemen. Een geschikt verfsysteem kan vocht en zuurstof weren van het
metaaloppervlak, hetgeen corrosie voorkomt. Tevens kan een geschikt verfsysteem de factoren, die een vermindering van de corrosiesnelheid tot gevolg hebben, sterk beïnvloeden. Om deze reden kan een
verfsysteem de waarde van het metaal aanzienlijk verhogen door de toegevoegde levensduur en een aanzienlijke verbetering van het uiterlijk. In dit geval dient opgemerkt te worden, dat de vorm en de constructie
van metalenvoorwerpen van invloed zijn op de corrosiewering van een verfsysteem.
De volgende gevallen zijn van nadelige invloed op de corrosievorming:
- het voorkomen van scherpe kanten en hoeken;
- plaatsen, waar water en vuil zich kunnen ophopen;
- niet doorlopende lasnaden, zodat er lucht vocht onder de verflaag kan komen;
- spleten en moeilijk bereikbare plaatsen.
Voor nadere informatie verwijzen wij naar een uitgave van "Verein
Deutscher Ingenieure". Vorm en ontwerp van metalen delen, welke beschermd moeten worden met organische deklagen (VDI 2532).
2 Bescherming van metaal
Wordt een metalenvoorwerp buiten aan het klimaat blootgesteld, gaat het roesten.
Om dit roesten te voorkomen, past men een oppervlaktebehandeling toe, welke dient te resulteren in een
bescherming van het voorwerp. Deze bescherming dient in verhouding tot de verwachte of gevraagde levensduur van het voorwerp te staan. Een groot voordeel is, dat een dergelijke bescherming over het algemeen
tevens een verfraaiing van het metalenvoorwerp tot stand brengt. Om deze redenen maakt een oppervlaktebehandeling het metaal geschikter voor het gebruik en geeft een toegevoegde waarde aan het product.
Om tot een keuze uit de veelvoud van soortgelijke oppervlaktebehandelingen te komen, zijn wij uitgegaan van het
gebruik van voorwerpen. Dit gebruik bepaalt voor het grootste gedeelte aan welk type belastingvoorwerpen worden blootgesteld. De belangrijkste factoren om tot een keuze te kunnen komen hebben betrekking op:
- de verlangde levensduur;
- klimaatinvloed;
- mechanische invloed.
3 Verlangde levensduur
De oppervlaktebehandeling dient een bescherming te geven, die is afgestemd op de levensduur van het ontwerp. Om
deze reden moeten voorwerpen met een zeer lange levensduur meerdere malen worden gerenoveerd. Dit komt onder andere voor bij staalconstructies, schepen, bruggen en gevelelementen. Voor deze kapitaalgoederen
dient men een bescherming met een zo lang mogelijke levensduur te kiezen.
4 Klimaatinvloed
De klimaatinvloed is bepalend voor de levensduur van een verfsysteem.
Bij gebruik buiten staat een verfsysteem bloot aan de uitwerking van ultraviolet licht. Dit deel van het zonlicht
is funest voor een groot aantal bindmiddelen. Voor blad- en naaldvormige pigmenten, zoals aluminium en ijzerglimmer is deze invloed grotendeels uit te schakelen.
5 Vocht
Een voortdurend wisselende vochtigheid is een grote belasting voor een verfsysteem. Een dusdanige belasting
treedt op bij beregening en bij dag- en nachtcycli, waarbij door temperatuurverschil voortdurend condens optreedt.
6 Corrosieve invloed
Verontreinigingen uit de atmosfeer kunnen een grote belasting voor een verfsysteem zijn. Dergelijke
verontreinigingen komen voor in een industrie- en zeeklimaat. Momenteel kan men stellen, dat het klimaat in alle westerse landen is verontreinigd.
7 Verwijdering van roest, walshuid en verontreiniging
Voor het verkrijgen van een goed resultaat is het van groot belang, dat het staal voor het aanbrengen van de
beschermlagen wordt ontdaan van roest, walshuid en verontreinigingen als vet.
7.1 Roest, dat door de microporeuze opbouw veel verontreinigingen uit de lucht opzuigt, waardoor het
corrosieproces wordt versterkt lijkt door de zachtheid van de oppervlaktelaag eenvoudig te verwijderen. De hechting op het staaloppervlak is echter zodanig, dat vooral de laatste roest-resten zich slechts met de
daartoe geschikte werkmethoden doelmatig laten verwijderen. Een volledige verwijdering van de roest is noodzakelijk om later bij verdere nabehandelingen geen zogenaamde onderroest te verkrijgen, die de verdere
beschermingslaag vernietigt.
7.2 Walshuid, ontstaat door de hoge walstemperatuur en is grijsblauw tot zwart van kleur. De huid is
meestal opgebouwd uit lagen van verschillende ijzeroxiden en is vergelijkbaar met het ijzeroxide, dat bij smeden in schilfers losbreekt (het hamerslag), of de gloeihuid. Walshuid en hamerslag zijn aanmerkelijk
dikker dan de gloei- en lashuid, allen zijn hard- en steenachtig van aard. Wanneer deze oxidelagen geheel gesloten zouden zijn, vormen zij een uitstekende bescherming voor het metaal. Door krimpscheuren vindt
echter geen volledige afdekking plaats, terwijl zij in de electrochemische corrosiereeks edeler zijn dan het staal en daardoor corrosie van het staal kunnen veroorzaken. Evenals dat met roest het geval is, moet
de walshuid volledig worden verwijderd, omdat geen enkele beschermlaag bestand is tegen achtergelaten deeltjes van roest, hamerslag, wals-, gloei- en lashuid. De later aan te
brengen beschermingen zijn dus in belangrijke mate afhankelijk van het schoonmaken van het staal.
Het verwijderen van roest en walshuid kan plaatsvinden door:
- beitsen;
- vlamstralen;
- mechanisch reinigen (stralen);
- natstralen;
- hogedruk waterstralen;
- bijzondere straalmethoden.
7.3 Beitsen, ook wel pikkelen genoemd, bestaat uit het langs chemische weg verwijderen van de
walshuid. Bij gebruik van zwavel- of fosforzuur gebeurt dit in verwarmde baden, bij zoutzuur in een onverwarmd bad. Daartoe dient men dus over grote zuurvaste beitsbakken te beschikken. Een volledige behandeling
bestaat steeds uit drie baden, namelijk één van de drie hiervoor genoemde baden, daarna een warmwaterbad voor het wegspoelen van zuurresten op het staaloppervlak en tenslotte een fosforzuurbad met een verdunde
warme oplossing voor het vormen van een dunne ijzerfosfaatlaag op het staal. De fosfaatlaag vertraagt de roestvorming en geeft een betere hechtlaag voor verdere verfafwerkingen. Om het opeenhopen van zuur in een
constructiedeel te voorkomen, worden de onderdelen van een constructie voor de montage bewerkt. Het beitsen in zoutzuur wordt vooral bij verzinkerijen toegepast.
7.4 Vlamstralen, heeft nogal wat nadelen, waardoor deze methode zomin mogelijk toegepast moet
worden. Door het staal te bewerken met hete zuurstofacetyleen of zuurstofpropaanvlammen knapt de walshuid door plotselinge uitzetting en komt het roest los door het vocht, dat in stoom wordt omgezet. Daarbij
komt echter nooit alle roest los, zodat de methode hooguit geschikt is als voorreiniging. Dan behoudt men bij vlamstralen echter nog het nadeel dat het staal door plaatselijk sterke verhitting krom kan trekken
8. Mechanisch reinigen (stralen)
Hierbij onderscheiden wij drie verschillende methoden, namelijk:
- pneumatisch stralen;
- werpstralen;
- natstralen.
8.1 Pneumatisch stralen, wordt door perslucht het straalmiddel op het metaal geblazen. Het vroeger
in gebruik zijnde straalmateriaal zand werd later vervangen, al spreekt men nog wel van zandstralen. Het nu in gebruik zijnde materiaal onderscheidt men in straalmiddelen voor eenmalig en voor herhaald gebruik.
Bij het behandelen van grote constructies in de open lucht, gebruikt men het straalmiddel eenmaal. Het beste straalmiddel vormt korund en is meerdere malen te gebruiken. Door de hogere prijs wordt het zelden
voor buitenwerk gebruikt als het niet terug te winnen is. Daarnaast gebruikt men ook gietijzer- en staalgrit, dat vooral bij werpstralen wordt toegepast. Hoewel men over
mobiele straalinstallaties voor bijvoorbeeld onderhoudswerk beschikt, past men voor de bouw doorgaans hoofdzakelijk stationaire installaties toe, die zijn opgesteld bij de metaalbeschermingsbedrijven.
8.2 Werpstralen, wordt het straalmateriaal op het staaloppervlak geslingerd door gebruik van
turbines (schoepenwielen). Deze installaties kunnen worden opgenomen in complete bewerkingsstraten, waarbij veel massawerk direct na het werpstralen van een grondlaag wordt voorzien, die opnieuw roesten
voorkomt. Omdat bij het werpstralen het effect afhankelijk is van het weggeworpen materiaalgewicht, past men de zwaardere straalmiddelen toe, bijvoorbeeld hoekige staalkorrels (grit) of ronde korrels (shot),
terwijl voor handstraalcabines ook gietijzergrit wordt gebruikt.
8.3 Natstralen, wordt voor het bouwvak niet veel toegepast. Voor natstralen zijn speciale
apparaten in de handel. De methode kan worden gebruikt voor het mechanisch reinigen van zowel nieuw als oud staal en voor het opruwen van oude intact zijnde verflagen, die geschikt moeten worden gemaakt
voor het aanbrengen van nieuwe verflagen. Het water wordt alleen of onder toevoeging van grit met kracht op het metaal gespoten. Omdat het staaloppervlak zeer gevoelig is voor naroesten, is een verdere
behandeling direct noodzakelijk. Natstralen wordt ook wel toegepast op plaatsen waar stofontwikkeling of waar in verband met brand en explosiegevaar vonkvorming moet worden vermeden.
8.4 Hogedruk waterstralen,
wijkt af van het stralen omdat gebruik wordt gemaakt van de energie van het water, dat met hogedruk 500-2000 bar naar de ondergrond wordt gebracht. Het stralen met hogedruk water, al dan niet onder toevoeging van straalmiddel, maakt het mogelijk een staaloppervlak geheel schoon te stralen. Men kan van een geschilderd oppervlak eventueel alleen de aangetaste toplaag verwijderen en de grondlaag intact laten. Door hogedruk waterstralen worden tevens de (onzichtbare) resten chloriden en sulfaten van het metaaloppervlak verwijderd. De vliegbesmetting met zouten en het verfsysteem erop is aangepast. Deze straalmethode, die onder de handelsnaam "Hydro Jetting" wordt uitgevoerd, wint sterk aan belangstelling.
8.5 Bijzonderestraalmethoden, zijn er diverse, waarvan vele tot nu toe slechts een beperkte
toepassing hebben gevonden. Deze speciale straalmethoden kunnen in de volgende groepen worden ondergebracht:
- vochtig stralen, ter voorkoming van stof;
- stralen met verzinkt straalmiddel, om hierbij gelijktijdig te conserveren,
- stralen en fosfateren, in één arbeidsgang:
- stralen met een vlam om tegelijk te drogen;
- stralen met hogedruk water zonder straalmiddel;
- stralen en tegelijk aanbrengen;
- stralen met ijskorrels.
8.6 Straalnormen, gezien de grote verscheidenheid aan straalmiddelen en -methoden is het
begrijpelijk dat er bepaalde eisen zijn, waaraan moet worden voldaan. Deze eisen zijn ook sterk afhankelijk van de na het stralen volgende bewerking, ook al is dit dan meestal schilderen. Er zijn een aantal
nogal uiteenlopende normen. In ons land wordt veelal volgens de ISO norm gestraald. Naast de normen voor het stralen zijn er ook normen voor het zogenaamde handontroesten.
Omdat de ISO norm in ons land het meest gebruikte is, wordt deze volledig behandeld. De ISO norm (The International Organization for S
tandardization) is verkrijgbaar bij het Nederlands Normalisatie Instituut.
8.7 ISO-8501-1:1988, roestgraden van staaloppervlakken en normen voor de voorbehandeling van deze
oppervlakken alvorens deze met (roestwerende) verf wordt behandeld.
De norm is opgesteld door het Zweeds Corrosie I
nstituut in samenwerking met AmericanSociety for Testing and Materials (ASTM), en de SteelStructures Painting Council (SSPC). In
specificaties met betrekking tot het voorbehandelen van oppervlakken alvorens deze geschilderd worden. Het bestek van deze norm heeft betrekking op: oppervlakken van warmgewalst staal in vier verschillende
roestschalen (A, B, C en D). Dezelfde oppervlakken voorbehandeld volgens twee kwaliteitsnormen voor het oppervlak door schrappen met de hand
en staal- en machinaalborstelen, schuren enzovoort (St 2 en St 3). Dezelfde oppervlakken voorbehandeld volgens vier kwaliteitsnormen voor het oppervlak door stralen met
verschillende middelen (Sa 1, Sa 2, Sa 22 en Sa 3).
8.8 Voorbehandelingsnormen
8.8.1 Schrappen en staalborstelen
Verondersteld wordt, dat voor deze behandeling het staaloppervlak van vuil en vet is gereinigd en de ergste roest
door middel van bikken is verwijderd.
St 2Grondig schrappen en staal- en machinaalborstelen, schuren enzovoort. Door deze behandeling dienen
loszittende walshuid, roest en vreemde bestanddelen te worden verwijderd. Tenslotte wordt het oppervlak gereinigd met een stofzuiger, schone, droge perslucht of een schone borstel. Het dient dan een zwakke
metaalachtige glans te hebben. Het uiterlijk dient gelijk te zijn aan de afbeeldingen, die met St 2 zijn aangeduid.
St 3Zeer grondig schrappen en staalborstelen, schuren enzovoort. Oppervlakte voorbehandelingen als
bij St 2, maar veel grondiger. Nadat het stof verwijderd is, dient het oppervlak een uitgesproken metaalachtige glans te hebben. Het uiterlijk dient gelijk te zijn aan de afbeeldingen, die met St 3
zijn aangeduid.
8.8.2 Ontroesten door stralen
Verondersteld wordt, dat voor deze behandeling plaatsvindt het oppervlak is gereinigd van vuil en vet en dat de
ergste roest door middel van bikken is verwijderd.
Sa 1Licht reinigen door stralen. Loszittende walshuid, roest en vreemde bestanddelen dienen te worden
verwijderd.
Sa 2Grondig reinigen door middel van stralen. Vrijwel alle walshuid, roest en vreemde bestanddelen dienen
te worden verwijderd.
Sa 2½ Zeer grondig reinigen door middel van stralen. Walshuid, roest en vreemde bestanddelen
dienen in dien mate te worden verwijderd, dat slechts sporen in de vorm van vlekken of strepen achterblijven.
Sa 3Reinigen door middel van stralen tot op het zuivere metaal. Walshuid, roest en vreemde bestanddelen
dienen volledig te worden verwijderd.
Algemeen geldt voor Sa 1, Sa 2, Sa 2½ enSa 3: het oppervlak wordt tot slot gereinigd
met een stofzuiger, schone droge perslucht of een schone borstel. Het uiterlijk dient dan gelijk te zijn aan de afbeelding van de norm.
9 Schuren van ondergronden en verflagen
Het voorbehandelen van te schilderen ondergrond door schuren.
Schuren is een handeling die kan worden uitgevoerd met grof- en fijnschuurpapier al of niet met gebruikmaking van
een schuurmachine.
9.1 Waarom schuren? Hiervoor zijn verschillende redenen, bijvoorbeeld:
- het glad en vlak maken van ruwe ondergronden, oneffenheden, plamuurlagen,
- lasnaden en dergelijke;
- het opruwen van de oude verflagen en ondergronden om een betere
- hechting te verkrijgen;
- het verwijderen van roest.
9.2 Welk type schuurmachine? De vorm, het materiaal en de eventueel aanwezige afwerking van het te schuren
object bepalen het type schuurmachine.
Type schuurmachine Handeling
Roterend
-rond -ontroesten
-opruwen van beton- en metselwerk
-verwijderen oude verf- en laklagen
Roterend excentrisch Het schuren van
-rond -oude verflagen
-primer
-coating
Vibrerend Het schuren van
-rond -gestraald werk
-rechthoekig -oude verflagen
-driehoekig -oude verflagen
-deltavorming -primers en coatings
Een schuursysteem wordt gevormd door de schuurmachine, -zoolpad en -papier. De bevestiging van het
schuurpapier op de schuurzoolpad kan plaatsvinden door middel van klemmen, door toepassing van zelfklevend schuurpapier of schuurpapier met klitteband.
Het verdient aanbeveling een persoonlijk beschermingsmiddel te gebruiken in de vorm van een stofmasker. Verder
kan de nadelige stofproductie worden beperkt door gebruik te maken van zelfafzuigende schuurmachines of -systemen met aparte, speciale schuurstofzuigers.
De korrelgrootte van het schuurmateriaal? Hieronder vermelden wij het schuurmateriaal, dat het beste kan worden
gebruikt voor een bepaalde bewerking.
9.3 Ondergrond
Type schuurmateriaal
- verwijderen oude verflgn 80 - 120
- ontroesten 60 - 120
- kaal staal 120
- thermisch verzinkt staal 280 Scotch Brite, Hamat
- sendzimir verzinkt staal 280 Scotch Brite, Hamat
- beton- en muurwerk Fiber 24-36/P 16-P1 20
- kunststoffen Scotch Brite type A rood, Hamat rood
- plaatmateriaal Scotch Brite type A
9.4 Handmatig schuren
Hiervan kan gezegd worden dat het zeer arbeidsintensief is en daardoor geen gemakkelijk werk is. Bovendien wordt
vaak geen egaal opgeruwd oppervlak verkregen, waardoor de hechting van de verflaag niet overal hetzelfde is. Het eindresultaat is acceptabel, maar de voorkeur blijft machinaal schuren. Verder gelden dezelfde
richtlijnen als bij machinaal schuren.
OPPERVLAKTE‑VOORBEHANDELINGEN
1.0 Staal
1.1 Warm gewalst staal
1.2 Koud gewalst staal
2.0 Verzinkt staal
2.1 Thermisch verzinkt staal
2.2 Geschoopeerd staal
2.3 Sendzimir verzinkt staal
2.4 Zincor staal
3.0 Aluminium
4.0 Beton
1.1 Warm gewalst staal
Het oppervlak van warm gewalst staal wordt gekenmerkt door twee factoren,welke een negatieve invloed hebben op de
toepassing van een coatingsysteem:
Verwijderen van deze produkten geschiedt in de meeste gevallen door middel van stralen.
Het reinigen van staal door middel van stralen is een bekend begrip en bewezen is,dat door deze
voorbehandelingsmethode de meest ideale ondergrond ontstaat voor een nadien aan te brengen coatingsystemen.
De in de praktijk meest toegepaste reinheidsgraad SA.2 is afgeleid van SA.3 (zilverblank) welke niet onder alle
omstandigheden te realiseren is.
Naast deze straalreinheden bestaat verder SA.2 en 1, welke een grotere mate van verontreiniging van de ondergrond
tolereert.
1.2 Koud gewalst staal
Koud gewalst staal, ook wel " blanke plaat " genoemd, is in het algemeen van een dunne kwaliteit.Het
oppervlak bezit, in tegenstelling tot warm gewalst staal, geen walshuid. Ter voorkoming van roest is het oppervlak van het materiaal voorzien van een dunne olielaag.
De voorbehandeling, voorafgaand aan een aan te brengen coatingsysteem,bestaat uit een chemische voorbehandeling.
Een dergelijk behandeling kan plaatsvinden in een badenreeks of sproeitunnel, we spreken van een geïndustrialiseerd proces.
Voor staal gelden twee soorten fosfateren, zink - en ijzerfosfaten, daarbij heeft een zinkfosfatering
betere corrosiewerende eigenschappen dan een ijzerfosfatering.
2.1 Thermisch verzinkt staal
Thermisch verzinken is in beginsel ontstaan als een conserveringsmethode,waarvan de duurzaamheid moet aansluiten
bij de verwachte economische levensduur van objecten. De snelle afbouw van het zink onder de huidige atmosferische invloeden vraagt echter een extra bescherming.
Hiervoor zijn een tweetal methoden ontwikkeld:
2.1.1 Chemische voorbehandeling :
Een fosfatering, een zeswaardige geelchromatering of een chromaatvrije voorbehandeling.
Deze behandeling verloopt risicovrij en effectief in een badenreeks, doch gezien de lengte van de baden louter
toepasbaar voor materialen van geringe afmeting. Daarnaast is een zelfde behandeling mogelijk maar via een sproeitunnel.
2.1.2 Mechanische voorbehandeling :
Aanstralen van het oppervlak met een inert straalmiddel onder lage druk met een aangepaste straalafstand.Dit is
de beste methode voor grote eenheden constructiestaal.Het aanruwen van het oppervlak via deze methode bevordert de hechting van een coatingsysteem.
2.2 Geschoopeerd staal
Het schooperen van staal is een procédé waarbij op een SA.3 (zilverblank)gestraalde ondergrond gesmolten zink
in een fijn verdeelde toestand wordt aangebracht. Het oppervlak van de schoopeerlaag heeft een ruwe structuur. De laagdikte van het zink zal normaliter variëren van 40 tot 60 micron.De schoopeerlaag
beschikt, mede door zijn porositeit, slechts over zeer beperkte beschermende eigenschappen indien geen verdere afwerklaag aangebracht wordt.Schooperen moet worden gezien als een goede reactieve
zinkprimerlaag.Een snelle conservering van deze ondergrond door middel van een coatingsysteem is hierdoor van essentieel belang.
2.3. Sendzimir
Sendzimir is een geautomatiseerd procédé van thermisch verzinken waarbij een laagdikte van 20 tot 25 micron
zink ontstaat. De relatief dunne zinklaag biedt een beperkte bescherming. In de meeste gevallen is het sendzimir nagechromateerd door een zeswaardige chromaatlaag en wordt volstaan met een
"dampontvettingsmethode". Voor reeds gemonteerde dak‑ en gevelbeplating is een voorbehandeling door middel van stoomcleaning en natstralen geschikt.
2.4. Zincor
Zincor is een galvanisch opgebrachte zinklaag op staal in een laagdikte van 5 tot 10micron. Het oppervlak is glad
en gesloten en heeft na het verzinkprocédé een nabehandeling ondergaan.Een voorbehandeling door ontvetting via een badenreeks of sproeitunnel een alkalische of dampontvetting vormt een goede basis voor het
aanbrengen van een coatingsysteem.
3. Aluminium
Aluminium wordt in een groot aantal kwaliteiten geproduceerd, waarbij andere metalen in wisselende percentages
worden gelegeerd (zoals koper, mangaan, zink en magnesium), een en ander ter verkrijging van de gewenste eigenschappen. Het vormt vrij snel na het produceren een oxydelaag dat een negatieve invloed heeft op
de hechting van een coatingsysteem. Verwijdering van deze oxydelaag is hierdoor van essentieel belang.Gezien de hoge eisen, welke men stelt aan de conservering, is een optimale voorbehandeling noodzakelijk
alvorens een coatingsysteem wordt aangebracht. De voorbehandeling vindt plaats in een badenreeks, waarin achtereenvolgens een ontvetting, beitsing, chromatering of chromaatvrije behandeling en passivering
met tussenliggende spoelbehandelingen wordt uitgevoerd.De dunne christallijne chromaatlaag van enkele microns dikte voorkomt verdere oxydevorming van het aluminium en bewerkstelligt een goede hechting van het
nadien aan te brengen coatingsysteem.
4. Beton
Het conserveren van betonnen objecten middels een coatingsysteem kan om uiteenlopende redenen noodzakelijk zijn.
Deze materie vraagt echter uit verftechnisch oogpunt een geheel andere beoordeling dan de metaalsector.
- LOSZITTENDE BETONDELEN
- ALKALITEIT
- VOCHTGEHALTE
- SLIJMHUID
Deze factoren hebben allen een negatieve invloed op een succesvolle conservering en zijn aanleiding om ieder
object gericht te beoordelen, teneinde de juiste voorbehandeling en het toe te passen coatingsysteem vast te stellen.Het beton moet “gezond”, droog, vetvrij en draagkrachtig zijn en minstens een maand
oud.Het betonvochtgehalte mag max. 4% bedragen en de temperatuur min. 10ºC.Oppervlakken met vuilaanhechting, cement slikhuid of loszittende zandcement dekvloeren verwijderen d.m.v. stralen of een andere
werkzame methode en stofvrij maken.Glad oppervlak hard bewerkt als wel glad en dicht gevlinderd beton dient vaak te worden aangestraald c.q. mechanisch worden opgeschuurd.Eventueel aanwezige dilatatievoegen in
het oppervlak mogen niet worden weggewerkt, maar dienen hun functie te behouden. Na afwerking van de vloer de dilatatievoegen vullen met een daarvoor geschikte kit.De belastbaarheid van de kunststof vloer is
afhankelijk van de druksterkte van de cementgebonden dekvloer en kan nimmer worden opgevangen door de verflaag.Vettige ondergronden (oliën en vetten) reinigen met de daarvoor geëigende
ontvettingsmiddelen.Algen, mos en schimmels verwijderen met een anti-mos/schimmelpreparaat.Reparaties en egalisaties dienen vakkundig te geschieden met de daarvoor geëigende producten, ook ten aanzien van de
afwerklaag.